Zorg op school


Ondanks het feit dat we met ons onderwijs  rekening houden met de individuele verschillen tussen de kinderen, kan het toch voorkomen dat de ontwikkeling van een kind niet volgens de verwachtingen verloopt.

Om het zorgsysteem in goede banen te leiden werken we met een zorgcoördinator, teamleiders en een directielid. De zorgcoördinator geeft ondersteuning aan alle leerkrachten en is mede verantwoordelijk voor specifieke zorg die kinderen nodig hebben.

Daarnaast hebben we een gedragsspecialist, een kindercoach, een taalspecialist, een dyslexiespecialist, een specifiek opgeleide hoogbegaafden leerkracht en zijn een aantal groepsleerkrachten geschoold om data van o.a. toetsen te analyseren zodat het plan van aanpak nog beter aansluit bij de onderwijsbehoeften van elk kind.

Over het algemeen kunenn we kinderen binnen de groep begeleiden, ondersteunen en uitdagen met werk op 'maat' of PLUSwerk dat bij de methode hoort. Extra hulp kan geboden worden door de onderwijsassistente die kinderen in de groep of buiten de groep begeleidt.

Kinderen die specifieke ondersteuning nodig hebben kunnen voor maximaal drie ochtenden in de week naar de ondersteuningsgroep. Zij krijgen hier individuele begeleiding van een leerkracht.

Meerbegaafde leerlingen komen per twee leerjaren eenmaal per week bijeen om te werken aan hun specifieke onderwijsbehoeften. Zij doen specifieke spelletjes, samenwerkingsopdrachten en 'leren leren'. Aantoonbaar hoogbegaafden komen driemaal  in de week bij elkaar en krijgen opdrachten die ze met 'gelijk gestemden' uitvoeren.

Om bij te houden of de kinderen voldoende vooruit gaan, hanteren wij op school een leerlingvolgsysteem.
Voor de kleuters maken wij daarbij gebruik van het Pravoo volgsysteem voor het jonge kind, een programma waarbij de leerkracht door observaties de ontwikkeling van het kind in kaart brengt. In de groepen 3 t/m 8 krijgen de kinderen toetsen vanuit de methodes om hun ontwikkeling te volgen. Daarnaast maken we voor alle groepen ook gebruik van CITO-toetsen.

Om zicht te krijgen op de sociaal.-emotionele ontwikkeling van de kinderen maken we gebruik van het programma ZIEN in de groepen 3 t/m 8. De leerkracht(en) vult/vullen twee keer per jaar een vragenlijst in. Kinderen van de groepen 5 t/m 8 vullen de vragenlijst eenmaal per jaar in. De uitkomsten worden geanalyseerd en hier kan een aanpak voor de groep of een individueel kind uit voortvloeien. Een individuele aanpak voor een leerling wordt altijd besproken met de ouder(s).